In haast elke lift kom je bij vreemden te zitten. Want zeker als het druk is, is het onbegonnen werk om tegelijkertijd met je vrienden bij de poortjes te zijn. En omdat stil voor je uitstaren voor veel Nederlanders best een opgave is, komen er vaak vriendelijke praatjes voort uit die lift-ritjes met vreemden.
Mooie verhalen
Zo zat ik wat dagen geleden met de fysiotherapeute van het Canadese skiteam in de lift. Daarvóór met een stel Nederlanders die hier een bedrijfsuitje hadden, ook niet verkeerd. Of de 80-jarige local die over de bergen en het weer begon te babbelen, en een Amerikaan die het maar raar vond hier een Nederlands meisje te treffen – maar waar leer je skiën dan, Nederland ligt toch lager dan de zee?
Meer Nederlanders
Mooi is het ook als je in een lift zit met Nederlanders die niet weten dat jij ook Nederlands bent. Ik voel me altijd een beetje schuldig, en maak vroeg of laat vaak wel kenbaar dat ik ook Nederlandse ben. Het gesprek horen voelt toch snel als afluisteren. Maar vroeger, als kind in de skiklas, vond ik het altijd prachtig om die Nederlanders te horen die niet doorhadden dat ik alles verstond. Dan hield ik me muisstil.
“Fijne dag nog!”
Als het onvermijdelijke einde van de lift daar is wens je elkaar een fijne vakantie, ‘geniet van de zon!’, en spreek je elkaar waarschijnlijk niet weer. Hooguit spot je deze mensen op de piste – met het gevoel dat je ze kent. En hoewel namen zelden worden uitgewisseld, geeft zo’n babbel vaak toch weer stof tot nadenken tijdens de volgende afdaling – totdat je weer met een ander in de lift zit.